THE SPREAD OF ISLAM IN THE MALAY ARCHIPELAGO.
Project Gutenberg EPUB3 edition
Arnold, Thomas Walker, Sir
Source notes
132 Montero y Vidal, vol. i. p. 86. ↑
133 Situated three miles west of Jolo, the present capital. ↑
134 N. M. Saleeby: The History of Sulu, pp. 150, 158–9. (Manila, 1908.) ↑
135 N. M. Saleeby: The History of Sulu, pp. 150, 162–3. ↑
136 J. H. Moor. (Appendix, p. 37.) ↑
137 Dalrymple, p. 549. ↑
138 R. du M. M., vii. pp. 115–16. (1909.) ↑
139 The Missionary Review of the World, N.S., vol. xiv. p. 877. (New York, 1901.) ↑
140 The first prince of Batjan who became a Muhammadan was a certain Zayn al-ʻĀbidīn, who was reigning in 1521 when the Portuguese first came to the Moluccas. ↑
141 Robidé van der Aa, pp. 350, 352–3. ↑
142 Id. p. 147 (Misool), “De strandbewoners zijn allen Mahomedanen.… De bergbewoners zijn heidenen.” Id. p. 53 (Salawatti), “Een klein deel der bevolking van het eiland belijdt de leer van Mahomed. Het grootste deel bestaat echter uit Papoesche heidenen, eenige tot het Mahomedaansche geloof zijn overgegaan, althans den schijn daarvan aannemen.” Id. p. 290 (Waigyu).
Some of the Papuans of the island of Gebi, between Waigyu and Halemahera, have been converted by the Muhammadan settlers from the Moluccas. (Crawfurd (1), p. 143.) ↑
143 Robidé van der Aa, p. 352. ↑
144 Captain Forrest, however, in 1775, tells us that “Many of the Papuas turn Musselmen.” (Voyage to New Guinea, p. 68.) ↑
145 Robidé van der Aa, p. 71. “De Papoe is te woest van aard, om behoefte aan godsdienst te gevoelen. Evenmin als de Christelijke leer tot nog toe ingang bij hem heeft kunnen vinden, zou de Mahomedaansche godsdienst slagen, wanneer daartoe bij deze volksstammen poging gedaan werd. Voorzoover mij is gebleken op vijf reizen naar dit land, hebben noch Tidoreezen, noch Cerammers of anderen ooit ernstige pogingen gedaan, om de leer van Mahomed hier in te voeren.… Slechts zeer weinige hoofden, zooals de Radja Ampat van Waigeoe, Salawatti, Misool en Waigama, mogen als belijders van die leer aangemerkt worden; zij en eenige hunner bloedverwanten vervullen sommige geloofsvormen, doordien zij meermalen te Tidor geweest zijn en daar niet gaarne als gewone Papoes beschouwd [404]worden. Onder de eigenlijke bevolking is nooit gepoogd, den Islam intevoeren, misschien wel uit eerbied voor dien godsdienst, die te verheven is voor de Papoes.” ↑
146 Robidé van der Aa, p. 319. ↑
147 Koloniaal Verslag van 1906, p. 70; 1911, p. 52. ↑
148 The Journal of the Indian Archipelago, vol. vii. pp. 64, 71. (Singapore, 1853.) ↑
149 G. W. W. C. Baron von Hoëvell, p. 120. Krieger, p. 436. ↑
150 Encyclopaedie van N.-I., vol. ii. p. 210. ↑
151 Crawfurd (2), pp. 275, 307. ↑
152 Buckle’s Miscellaneous and Posthumous Works, edited by Helen Taylor, vol. i. p. 594. (London, 1872.) ↑
153 Neimann, pp. 406–7. ↑
154 C. Snouck Hurgronje: De hadji-politiek der Indische Regeering, p. 12. (Overdruk uit Onze Eeuw, 1909.) ↑
155 Id.: Notes sur le mouvement du pèlerinage de la Mecque aux Indes Néerlandaises. (R. du M. M., vol. xv. pp. 409, 412.) ↑
156 Report of Centenary Conference on Protestant Missions, vol. i. p. 21. Niemann, p. 407. ↑
157 Med. Ned. Zendelinggen. vols. xxxii., xxxiv. passim. ↑
158 Snouck Hurgronje (3), vol. ii. pp. xv. 339–393. Encyclopaedie van N.-I., vol. ii. pp. 576–9. ↑
159 e.g. the Qādiriyyah, Naqshbandiyyah and Sammāniyyah. (C. Snouck Hurgronje (2), p. 186.) Id. (3) vol. ii. p. 372, etc. ↑
160 J. G. F. Riedel (1), pp. 7, 59, 162. ↑
161 Snouck Hurgronje (3), vol. ii. p. 323. ↑
162 Hauri, p. 313. Encyclopaedie van N.-I., vol. ii. p. 524. ↑